Zelfcompassie

In onze (westerse) cultuur denken we bij compassie meestal eerst aan mededogen naar anderen toe. Het blijkt echter dat compassie ook ontwikkeld kan worden naar onszelf toe. Zelfcompassie blijkt bevorderlijk te zijn voor ons psychisch en lichamelijk welzijn en voor ons sociale functioneren (MacBeth & Gumley, 2012; Neff, 2012). Een gestaag groeiende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek toont aan dat zelfcompassie samengaat met:

  • Een verzachtende invloed op de impact van negatieve gebeurtenissen.
  • Meer persoonlijk initiatief, een grotere vaardigheid met moeilijkheden om te kunnen gaan en het nemen van verantwoordelijkheid voor eigen acties (ook wanneer die ongunstig uitpakken).
  • Minder angst om fouten te maken en minder angst voor afwijzing.
  • Meer zelfrespect, sympathie en begrip voor eigen tekortkomingen.
  • Een betere zelfzorg en een gezonder eetgedrag.
  • Meer emotionele intelligentie en een effectievere emotieregulatie, door emoties met vriendelijkheid in plaats van met vijandigheid te benaderen.
  • Meer positieve emoties, wijsheid, levensgeluk en optimisme.
  • Meer sociale verbondenheid.
  • Gezonder functioneren van onze hersenen en neurobiologische systemen.

Beoefening van zelfcompassie is niet egocentrisch maar zorgt juist voor een gezonde relatie met onszelf en juist ook voor een grotere openheid en mededogen naar anderen toe. Onder het motto: ‘Vermilder de wereld, begin bij jezelf’.